Tegen twee uur wordt hij voor de zoveelste keer wakker en besluit dan eindelijk op te staan. Len kleedt zich aan en gaat naar beneden om koffie te zetten. Het valt op dat de Don dan heel even is opgehouden met werken. Len smeert een broodje en schenkt de koffie in. Ondertussen zet hij Fleetwood Mac - Rhiannon op. Zodadelijk besluit hij zijn vader dan eindelijk maar eens te hulp te schieten. Precies dat moment hoort hij van buitenaf iemand het volgde schreeuwen:
“Paul! Paul kom snel hier, dit gaat helemaal niet goed!”
Len besluit maar eens een kijkje te gaan nemen. In zijn hoofd denk hij aan een aanrijding van een onoplettend buurkind. O hoe Len zich daaraan kan ergeren. Vooral de borden in de straat: "Let u op voor onze spelende kinderen?" In zijn jeugd had je die borden niet. De straat was voor verkeer en dat was zeker geen speelplaats voor kinderen. Hij weet nog van vroeger dat hij een keer onder een fiets is gekomen en vervolgens wel twee keer keek voor hij de straat overstak. Nu ziet hij kinderen bijdehand blijven wachten terwijl een automobilist moet vragen of deze aan de kant wil gaan. De wereld op zijn kop. Hij wenst het stiekem een van zijn buurkinderen toe. Niet een dodelijke aanrijding, maar een en dezelfde schaafwonden van een fietser, zoals hem vroeger overkwam. Dan leren ze het misschien nog eens af. Misschien is het nu eentje die van zijn fiets is gevallen. Als Len naar buiten loopt ziet hij een groep kinderen en twee volwassen over iemand heen gebogen staan. Don is nergens te bekennen. Het valt dan als een puzzel in elkaar. Het is helemaal geen kind maar zijn vader die op de grond ligt.
De kinderen zijn grotendeels van de buurman Paul. Paul is hartchirurg en bekommerd zich om zijn vader. Hij blijft met hem communiceren om hem wakker te houden. De ander is Hans mijn naaste buurman die mijn vader in deze staat aantrof op de grond. Paul vraagt of Len de ambulance wil gaan bellen. Hij zoekt zijn mobiel maar die ligt binnen. Snel loopt hij naar binnen en pakt de huistelefoon. Alles gaat nu zeer vertraagd en helder door de geest van Len. Elk gevoel voor emotie is uitgeschakeld. Zijn volle 100% gaat naar het juist handelen op dit moment. Zonder enige ervaring met een ambulance-oproep laat hij het telefoongesprek over zich heenkomen. De ontvangst is slecht buiten en hij verstaat de man van de centrale moeilijk. Hij vraagt op kalme toon om een ambulance naar zijn straat en geeft aan dat ‘iemand’ buiten in zijn tuin in elkaar is gezakt. Hij vermeldt dat een arts ook aanwezig is en zich om de patiënt bekommerd. Het lukt hem verder niet goed om de situatie over te brengen en de man vraagt of hij de arts aan de lijn kan krijgen. Paul schets de situatie en geeft aan dat mijn vader bij bewustzijn is en een zachte hartslag aan de pols voelt. De centrale wilt Len's mobiele nummer noteren en zegt toe een ambulance te sturen. Paul dirigeert weer verder en vraagt of Len legitimatie en verzekeringspapieren kan pakken. Hans overhandigt hem de beschadigde bril van Don die hij vrij hulpeloos in zijn hand houdt de hele tijd. Uiteindelijk besluit hij maar zijn moeder te bellen. De telefoon gaat eerst over op voicemail, maar de tweede keer bellen heeft succes:
“Hoi mama, met Len... pa is gevallen toen hij in de voortuin aan het werken was, Paul... euhm Paul Arnolds is bij hem en ik heb de ambulance gebeld…"Len aarzelt even en vraagt dan:
"...wil je toch maar hierheen komen?”
No comments:
Post a Comment